"Gezondheid gaat boven alles. Daarom is het goed dat u er veel over weet, want voorkomen is beter dan genezen. Op uw gezondheid!"
Lettergrootte aanpassen:

Astma

{2ecf8e05-fec1-4ece-81bd-e814adb1ec12}&founder=uvit

Inleiding

Allergisch astma is een veel voorkomende aandoening. Het wordt ook wel atopisch astma genoemd. De term ‘atopie’ betekent dat iemand overgevoelig is voor allergenen (stoffen die allergische reacties oproepen) uit de lucht. Mensen met allergisch astma krijgen astmaverschijnselen als ze allergenen inademen die vaak voorkomen in de normaal ingeademde lucht binnen- of buitenshuis.

Oorzaak

De belangrijkste oorzaak van astma zijn allergische reacties. Sommige mensen ontwikkelen veel antilichamen (IgE-antilichamen, een soort eiwitten die in het bloed worden gevormd) tegen stoffen die normaal voorkomen in de leefomgeving. Dit zijn bijvoorbeeld pollen, deeltjes die worden afgescheiden door de huisstofmijt en bepaalde soorten schimmelsporen.

In de werkomgeving van mensen zijn er meer dan tweehonderd stoffen gevonden die astma kunnen oproepen. Doordat iemand aan deze prikkelende stoffen wordt blootgesteld, kunnen de luchtwegen ontstoken raken waardoor ze overgevoelig worden. Dit leidt tot krampreacties van de bronchi (bronchospasmen), slijmproductie en het opzetten van het slijmvlies van de luchtwegen. Doordat de luchtwegen verstopt raken, wordt de luchtstroom tegengehouden en ontstaan de verschijnselen die kenmerkend zijn voor astma.

Verschijnselen

Veel voorkomende verschijnselen bij astma zijn een fluitende, bemoeilijkte ademhaling en kortademigheid. Veel patiënten met astma moeten ook hoesten. Deze verschijnselen worden meestal in de loop van de nacht erger en zijn bij het wakker worden vaak het ergst.

Hoe vaak astma-aanvallen opkomen en hoe lang ze duren, verschilt per patiënt. Sommige patiënten hebben maar een paar aanvallen per jaar van enkele uren, anderen kunnen er steeds opnieuw, bijna onafgebroken, last van hebben.

Diagnose

De onderzoeksmethoden voor het vaststellen van astma zijn eenvoudig en worden bijna overal toegepast. De eenvoudigste methode is het meten van de uitademingssnelheid (de peak-flowmeting). Bij dit onderzoek wordt een meetapparaatje gebruikt dat door de patiënt zelf in de hand kan worden gehouden. Hem/haar wordt gevraagd diep in te ademen en vervolgens in het apparaatje uit te ademen. Met dit testje kan op een snelle manier worden gekeken hoe sterk de luchtstroom geblokkeerd is, het typische verschijnsel bij deze aandoening. Deze test kan thuis worden gedaan en de resultaten kunnen snel worden geanalyseerd.

Spirometrie is een nauwkeuriger methode waarbij de longfunctie getest wordt. Bij patiënten met lichte astmaverschijnselen die hoestklachten hebben, kan een ‘bronchiale provocatietest’ worden gedaan. Andere vormen van onderzoek zijn bloedonderzoek en het onderzoeken van slijmafscheidingen (sputum) om te kijken of er meer eosinofielen (een soort witte bloedcellen) aanwezig zijn. Als dit het geval is, dan is er mogelijk sprake van allergisch astma.

Met behulp van een priktest wordt soms gekeken welke allergenen (stoffen die een allergie veroorzaken) het allergisch astma veroorzaken.

Behandeling

Er zijn twee belangrijke factoren waarmee bij behandeling rekening gehouden moet worden. Ten eerste is het belangrijk om contact met bekende allergenen of materialen die astma kunnen veroorzaken te vermijden. Dit betekent het gebruik van geschikte kussens, dekbedden en dekens om het ontstaan van huismijt te beperken, niet roken of meeroken en het nemen van maatregelen om op het werk niet aan irriterende stoffen te worden blootgesteld.

Ten tweede moeten de verstopping en ontsteking van de luchtwegen worden behandeld. Dit gebeurt door het gebruik van verschillende middelen die de verschijnselen en de ontsteking van de luchtwegen verminderen. De belangrijkste methode voor het behandelen van allergisch astma is het gebruik van geneesmiddelen die kunnen worden geïnhaleerd en die direct in de luchtwegen terechtkomen in de vorm van aerosols (een nevel van kleine druppeltjes) of poeder. Het voordeel van deze manier van geneesmiddelen nemen is dat er maar lage doseringen nodig zijn en er dus weinig bijwerkingen te verwachten zijn. De geneesmiddelen worden ingenomen met inhalatoren die per pufje een vaste dosering afgeven. Meestal worden geneesmiddelen zoals sympathicomimetica en corticosteroïden toegediend met een inhalator. Het gebruik van een inhalator moet eerst goed worden aangeleerd. Voor kinderen en mensen die erg kortademig zijn, kan het moeilijk zijn om een inhalator te gebruiken. Dit probleem kan worden voorkomen door een voorzetkamer te gebruiken, een flesvormig apparaatje dat aan de inhalator vastzit.

Astma kan niet met één middel worden genezen. De ziekte kan meestal goed onder controle worden gehouden door het vermijden van bekende allergenen en het gebruik van geneesmiddelen.

Complicaties

Astma bij kinderen kan voor een deel verdwijnen als de kinderen tieners worden. Het is echter bekend dat astma bij deze mensen vaak tussen het twintigste en veertigste levensjaar terugkomt. Bij sommigen wordt het astma steeds ernstiger, waardoor een aandoening kan optreden die ‘status astmaticus’ wordt genoemd. Bij die aandoening verdwijnen de astmasymptomen niet na toepassing van geneesmiddelen, zelfs niet na 24 uur. Deze aandoening vraagt om directe behandeling en opname in het ziekenhuis.

Meer informatie

Informatie van het Astmafonds
www.astmafonds.nl

Informatie van het Astmafonds, gericht op kinderen
www.astmafonds.nl

Informatie van de Astmapatiëntenvereniging
www.astmapatientenvereniging.nl

(Engels) Claesson, H.E, and Dahlen, S.E. (1999), ‘Asthma and leukotrienes: antileukotrienes as novel anti-asthmatic drugs’, Journal of Internal Medicine, vol. 245, no. 3, pp. 205-27 (USA)
www.ncbi.nlm.nih.gov

(Engels) Tulic, M.K, Christodoulopoulos, P. and Hamid Q. (2001), ‘Small airway inflammation in asthma’. Respir Res ;2(6):333-9 (USA)
respiratory-research.com

Crompton, G.K., Haslett, C. & Chilvers, E.R. (1999), Diseases of the respiratory system, in: Haslett, C., Chilvers, E.R.E., Hunter, J.A.A. & Boon, N.A. (eds.) Davidson’s Principles and Practice of Medicine, 18th ed., Churchill Livingstone, London.

Ducharme, F.M. and Hicks, G.C. (2002), ‘Anti-leukotriene agents compared to inhaled corticosteroids in the management of recurrent and/or chronic asthma in adults and children” (Cochrane Review) in The Cochrane Library, Issue 3, 2002. Oxford, Update Software.

Holgate, S.T. and Frew, A.J. (2003), Respiratory disease, in: Kumar, P. and Clark, M. (eds.) Clinical Medicine, 5th ed., Harcourt Publishers Limited, London.

Rang, H.P. Dale, M.M. and Ritter, J.M. (1999), The respiratory system, in: Pharmacology, 4th ed., Churchill, Livingstone, London.